Every leaf speaks bliss to me, fluttering from the autumn tree!

Afgelopen zaterdagochtend had ik weer even zo’n moment dat ik echt zin had in een heerlijke cake. Nu vind ik mijn eigen recept voor de ciambella met ricotta uit ‘Italiaans Deeg’ echt zo’n ‘go to’ recept voor een fantastische cake. Dus ik had me bedacht om deze cake te gaan maken! Nu kennen jullie mij goed genoeg om te weten, dat ik zelfs moeite heb mijn eigen recepten te volgen zonder er iets aan te veranderen. Ik vond namelijk dat deze heerlijke Ciambella cake wel een herfst twist kon gebruiken.

Het resultaat was een heerlijke verwarmende en zachte cake, die perfect past bij een kop thee. Precies wat we nu nodig gaan hebben.

Het originele recept uit ‘Italiaans Deeg’ blijft even exclusief voor diegene die het magazine hebben. Maar deze herfstige twist deel ik hier met jullie!

Puur Deliz recept ciambella

Recept Ciambella d’autunno (Herfstige tulband cake)

Ingrediënten
150 gram Manitoba
75 gram amandel meel
250 gram ricotta
2 eieren
85 gram rietsuiker
85 gram witte basterdsuiker
120 gram boter
14 gram bakpoeder
snuf zout
1 volle theelepel kaneel
1 theelepel vanille extract (geen vanille aroma)
rasp van 1 biologische sinaasappel

Extra roomboter, semola en rietsuiker voor invetten tulband
Poedersuiker voor het bestuiven van de ciambella

Benodigdheden:
Mengkommen en maatbekers
Handmixer met draadgardes of keukenrobot met draadgarde
Tulband 20 cm

Begin met het au bain-marie laten smelten van de roomboter. In de tussentijd klop je op hoge snelheid de eieren met rietsuiker en basterdsuiker luchtig. Als de roomboter gesmolten is voeg je deze al kloppend heel rustig bij het ei-suiker mengsel. Hierbij verlaag je wel de snelheid van de mixer/keukenrobot. Als de roomboter goed is opgenomen voeg je de ricotta toe. Dit blijf je op medium snelheid doorkloppen.

Stop af en toe even met kloppen en schraap met een spatel langs de randen en de onderkant. Voeg nu de sinaasappel rasp, vanille extract en de kaneel toe. Als ook dit goed is opgenomen, voeg je het amandelmeel toe en blijf je dit op lage snelheid mengen. Als alle ingrediënten goed zijn opgenomen, voeg je als laatste stap de bloem, de snuf zout en bakpoeder toe. Dit blijf je ook op lage snelheid doormengen. Het beste zou zijn, als je voor deze laatste stappen de draadgarde vervangt met een vlinder menghaak.

Ik hoor vaak de angst voor het niet loskomen van de cake uit de tulband vorm.

Dit zou ook echt een ramp zijn! Maar geen zorgen, met deze hack, zal dit geen probleem zijn. Vet eerst met de roomboter de tulband heel goed in. En ik bedoel echt heel erg goed. Iedere ronding en hoekje moet goed ingevet zijn. Meng dan één eetlepel semola met één eetlepel rietsuiker en bestuif hier de tulband mee.

Als je een keukenrobot hebt, kun je het klaarmaken van de tulband doen terwijl de keukenrobot het zware werk doet. Gebruik je een handmixer, maak dan je tulband klaar op het moment dat je deeg klaar is.

Schep dan je ciambella deeg in de tulband en verdeel het gelijkmatig met een lepel, spatel of vork. Bak de ciambella in 45 minuten af in een voorverwarmde oven op 170 graden. Met een prikker kun je even controleren of de ciambella gaar is. Laat deze er 15 seconde inzitten, als de prikker schoon is, is je ciambella klaar.

Laat de ciambella dan eerst 10 tot 15 minuten afkoelen in de tulband. Door het afkoelen, zal het al iets loskomen van de randen en bij het voorzichtig omkeren (op een plankje) zal de ciambella makkelijk uit de tulband komen.

Voor het aansnijden laat je de Ciambella nog even een uurtje afkoelen.

Wens jullie veel bak-plezier!!

Liefs,
Silvia

 

En dan nu dan toch ook een blogje over een eigen zuurdesem starter maken!

De meesten van jullie weten dat ik een soort van verslaving heb als het op deeg aankomt en al helemaal als het om deeg met zuurdesem in plaats van gist gaat.

Via Instagram kreeg ik regelmatig de vraag, hoe dat nu zit met zo’n zuurdesem starter, of er ook een zuurdesem magazine komt en of ik wil delen hoe je begint aan een starter. Hoe graag ik ook een zuurdesem magazine zou willen maken, hiervoor is helaas niet genoeg vraag. Het kost nu eenmaal behoorlijk wat tijd, maar ook een bepaalde vorm van commitment om een zuurdesem starter te maken en om deze actief te houden.

Door het delen van foto’s van mijn zuurdesem baksels op Instagram, krijg ik nu toch wel steeds vaker de vraag, of ik niet ook een stappenplan kan delen. Tuurlijk! Super leuk!! Na een aantal van jullie op weg geholpen te hebben, vind ik het nu wel tijd voor een blogje met een zuurdesem starter stappenplan en zuurdesem tips & tricks!

Laat ik eerst nog weer even beginnen met een korte uitleg over wat zuurdesem nou precies is.

Als je gaat bakken met zuurdesem heb je in principe geen gist meer nodig. Het zuurdesem creëert een spontane fermentatie, waarbij natuurlijke (wilde) gisten en melkzuurbacteriën hun werk doen. Tijdens het lange fermentatieproces, ‘eten’ de zuurdesem culturen de suikers (zetmeel) uit de bloem op en breken gedeeltelijk de gluten af. Hiermee worden er koolstofgassen geproduceerd waardoor het deeg gaat rijzen. Het lange fermentatieproces zorgt voor een geweldige smaakontwikkeling, die je bij een rijsproces met gist in twee uur nooit gaat krijgen. Maar zuurdesem heeft nog veel meer voordelen! In het tweede recepten magazine ‘Italiaans Deeg’ vertel ik hier uitgebreid over.

Snel verder met het stappenplan!

Voordat je aan de slag kan met zuurdesem baksels heb je een actieve starter nodig. Om een actieve zuurdesem starter te ontwikkelen heb je ongeveer 10 tot 14 dagen nodig. Je starter is dan actief genoeg om er mee te bakken, maar je zult merken dat het eigenlijk pas na een ruim drie a vier weken echt heel actief is. Hoe actief je zuurdesem starter is, is ook afhankelijk van hoe vaak je voedt. Één keer per dag voeden, is genoeg voor een redelijk actieve starter. Ga je naar twee a drie keer per dag voeden, dan zul je merken dat je baksels veel luchtiger gaan worden met een betere smaakontwikkeling en een lichtere zure toon.

Ook speelt het type bloem mee, met hoe actief je starter zal zijn. Ik werk zelf graag met Manitoba (Amerikaanse bloem) met een hoog eiwitgehalte van 13%. Je kan ook met volkoren of rogge je zuurdesem starter beginnen. Het nadeel hiervan is, is als je een wit brood, focaccia of pizza wil maken, dit dus niet kan. Doordat je starter volkoren of rogge is, zal je baksel nooit helemaal wit zijn. Om deze reden heb ik zelf dus een ‘witte’ starter. Deze is neutraal en hiermee kan ik alle kant op. Wel is het zo dat een volkoren of rogge starter sneller actief zal zijn, doordat deze van zichzelf al meer bacteriën hebben.

Okay, als ik over zuurdesem begin, dan word ik zo enthousiast, maar nu dus snel verder met het stappenplan!

Wat heb je nodig:
*   Een (suiker)thermometer
*   Keukenweegschaal
*   Mengkom
*   Weckpotjes
*   Spatel

Probeer iedere dag rond dezelfde tijd je zuurdesem starter te voeden/verversen, dat vindt hij fijn 😉

Dag 1
Meng 50 gram bloem met 50 gram water (op 28 graden). Doe dit in een weckpotje zonder de deksel er helemaal op te draaien. Ik gebruik graag een weckdoekje, zodat het wel afgesloten is, maar er nog wel gassen uit kunnen. Zet je potje op een warme en tochtvrije plek weg. Je zuurdesem starter heeft het liefst een aangenaam temperatuurtje van rond de 24 graden.

Dag 2
Na ongeveer 24 uur ga je nu je zuurdesem starter voeden. Neem 50 gram van je starter (van de dag ervoor) en wat overblijft gooi je weg. Los dit op in 50 gram water op 28 graden en spatel er dan 50 gram bloem doorheen. Je gevoerde zuurdesem doe je in een schone pot en zet je weer weg tot de volgende dag.

Dag 3
Je kijkt misschien nu naar je zuurdesem en denkt er gebeurt niks…….. dat kan kloppen. Je gaat nu weer je zuurdesem starter voeden op de zelfde manier als dag 2.

Dag 4
Op deze dag kan het zijn dat je iets activiteit in de vorm van luchtbellen ziet en dat het iets zurig kan ruiken. Dit is goed!! Vanaf dag 4 ga je twee keer per dag jouw zuurdesem starter voeden. Dit doe je zoals bij dag 2 beschreven. Ik voed mijn zuurdesem altijd rond 08.00 ’s ochtends en rond 20.00 uur ’s avonds, maar hier moet je zelf even een voor jou prettig schema voor vinden.

Dag 5 t/m dag 10 (of zelfs dag 14)
Voed twee keer per dag je zuurdesem starter. Je gaat iedere dag iets vooruitgang zien in dat je zuurdesem ‘groeit’. Dit groeien zijn de actieve wilde gisten en melkzuurbacteriën die luchtbellen creëren. Iedere dag zal je iets meer groei gaan zien. Je zuurdesem starter zal ook gaan ruiken. Dit is een goed teken. Als je zuurdesem een licht zurige geur heeft die een beetje op yoghurt lijkt dan heeft het nog geen ‘honger’. De geur moet in ieder geval aangenaam zijn. Heeft je zuurdesem een sterk zure geur wat zelfs op alcohol lijkt dat heeft het honger en moet het weer gevoed worden.

Rond de tiende tot veertiende dag zal je zuurdesem verdubbeld zijn. Dan is hij klaar om mee te gaan bakken. Je kunt nog een float test doen om te checken of hij echt actief genoeg is. Hiervoor neem je een schepje van je zuurdesem en leg je dit in een schaaltje water. Blijft het drijven? Dan is je zuurdesem klaar om mee te bakken. Zakt het naar de bodem? Dan is je zuurdesem nog niet actief genoeg.

Geef je zuurdesem een naam!

Het is gebruikelijk je zuurdesem een naam te geven. En dan wel een mannennaam 🙂 omdat (zoals ze zeggen) jouw zuurdesem net zoveel aandacht, liefde en vooral zorg nodig heeft net zoals een man. Serieus! I’m not kidding!

In deel 2 ga ik verder uitleggen hoe je een zuurdesem brood kunt bakken met jouw actieve zuurdesem!

Liefs,
Silvia

puur Deliz zuurdesem